Tonie's zuster Bets vertelde in 2019 ze had toen de leeftijd van 96 jaar, het volgende verhaal. "Eind '44 stierf iedereen van de honger. Nergens in de buurt was er iets te vrete. Bijna elke week moest ik same met Wim en Piet naar Friesland fietse om wat te bikke bij elkaar te scharrele. Ken … Lees verder Op de Schuit naar Oude Zeug
Categorie: 1941 – 1950
Oliebollen
Als er één lekker oliebollen kon bakken, dan was dat wel mijn vader.Het bakken werd altijd op de avond van dertig december gedaan; als mam naar de verjaardag van neef Sjaakje - het jongste kind van haar oudste zuster Wil - ging. Na de avondmaaltijd, als de afwas was gedaan, maakte mijn vader - terwijl … Lees verder Oliebollen
Razzia in de Kinkerstraat
Jo de vrouw van Wim Piet is bij Wims moeder ondergedoken. Betsy komt binnen en zegt dat er razzia's in de straat zijn. Wim, die ook in de woning aanwezig is, kijkt naar Piet en zegt, "Pak snel de knijpkat* en kom mee naar beneden." Piet schrikt en aarzelt om de trap af te gaan; … Lees verder Razzia in de Kinkerstraat
Tonie’s Moeders Woning in 1944
Piet is bij Tonie's moeder ondergedoken. Betsy komt binnen en zegt dat er razzia's in de straat zijn. Wordt vervolgd ...
Staren naar het Behang
Omdat Piet alleen naar buiten gaat als het absoluut noodzakelijk, is gaan de dagen traag en eentonig voorbij. Omdat Piet niet genoeg bewegingsruimte heeft begint hij zich lamlendig en verzuurt te voelen. De muren komen op hem af. Hij merkt het aan z'n gemoed, hij zit zichzelf in de weg, voelt zich kriegelig en begint … Lees verder Staren naar het Behang
Weer bij Moeders Thuis
Oma Beusekamp Piet zit bij Wim ondergedoken en Tonie heeft haar intrek genomen bij haar moeder in de Kinkerstraat. Na enige dagen neemt ook Piet zijn intrek in de kleine woning. Wim en Jo maakte onderdeel uit van het verzet. Wim moet vaak met zijn vrouw Jo en hun - paar maanden oude baby - Joke … Lees verder Weer bij Moeders Thuis
Verhuizing in het Maanlicht
Wim Beusekamp Tot Wims verbazing is de - in pyjama geklede - heer Meijer één en al begrip. "Je kan die hele mikmak achter bij mij in de loods kwijt. Het beste is dat we dat hele spulletje via de achtertuin doorgeven. Dat loopt het minste in het oog. En hé, wat er verder met … Lees verder Verhuizing in het Maanlicht
Stemmen in de Nacht
Het is tegen middernacht en Piet is nog steeds niet thuis. Tonie zit in het donker met haar hoofd tussen haar handen met haar ellebogen op tafel. Haar ogen zijn droog, haar traanklieren leeg gehuild. Ze beklaagd haar lot, ze herhaalt zachtjes snikkend, 'waarom ... waarom'? Tony schrikt als er tegen het raam wordt getikt. … Lees verder Stemmen in de Nacht
Tonie’s Tranen
Jacob Van Lennep straat Tonie loopt met de kleine Rietje op haar arm door het huis. Ze kijkt op de klok. “Gelukkig, het is al vijf uur, Piet zal zo wel thuiskomen. Ik zal een lekker bakkie thee voor die jongen zetten.” Ze schept vast wat thee - van het doekje waarop de gebruikte thee … Lees verder Tonie’s Tranen
Van z’n a Propos
St Nicolaaskerk De trein rolt de overkoepeling van het Amsterdamse Centraal station binnen. Piet verwacht Duitse soldaten en controles. Tot zijn verbazing is het station verduisterd en totaal uitgestorven. Hij loopt het verlaten stationsplein op en hoort door de duisternis het gebeier van kerkklokken. Hij kijkt naar de uit de donkere mist opdoemende torens van … Lees verder Van z’n a Propos
In de Stilte van de Beroering
De Hembrug Piet zit omringt door Duitse soldaten in de trein naar Amsterdam. Om de aandacht van de soldaten zo min mogelijk te trekken kijkt hij door het raam van de coupé naar buiten. Daar ziet hij ~ door de spiegeling van zijn gezicht op het raam ~ ver aan de horizon, stil de volle … Lees verder In de Stilte van de Beroering
“Ich bin Krank in Kopf”
Persoonsbewijs De Duitsers bleven bij de deur van de coupé hangen. Eén liep rustig en de mensen vriendelijk toelachend naar de deur aan de andere kant van de coupé. Hij draait zich om, haalt zijn geweer van zijn schouder en knikte naar de Duitsers aan andere zijde. Daar stond inmiddels ook een van de soldaten … Lees verder “Ich bin Krank in Kopf”