Weer bij Moeders Thuis

Piet zit bij Wim ondergedoken en Tonie heeft haar intrek genomen bij haar moeder in de Kinkerstraat. Na enige dagen neemt ook Piet zijn intrek in de kleine woning. Wim en Jo maakte onderdeel uit van het verzet. Hij moet vaak met zijn vrouw Jo en hun – paar maanden oude baby – Joke onderduiken. Daarnaast woonde er in de kleine woning, bestaande uit een kleine woonkamer, een alkoof en een voorkamertje natuurlijk Tonie’s moeder en haar dochter Betsy.

In de kleine huiskamer staat een kachel met aan weerzijde een ledikantje. In de ene ligt de kleine Joke en in de ander de kleine Rietje die heeft de mazelen en zit bezaait met vuurrode vlekken. Bij Joke is geen vlekje te zien maar die heeft toch waarschijnlijk genoeg afweer stoffen mee gekregen, want ze heeft nooit geen mazelen meer gehad.

Omdat er regelmatig razzia’s zijn, waarbij Duitse troepen invallen doen in willekeurige woningen, heeft Wim een vluchtroute aangelegd. Hiervoor heeft hij van de gangtrap de onderste drie treden losgemaakt. Hierdoor kan je via de kruipruimte en een wirwar van smalle gangetjes en nissen naar buiten. Je komt dan uit achter de oude tramremise.

Het zijn lange dagen voor Piet, omdat hij gezocht wordt gaat hij zo min mogelijk naar buiten. Als Wim er is zitten ze vaak te kaarten. Is Wim er niet, dan is Piet meestal bezig met z’n visgerei of is hij verhaaltjes aan Tootje aan het vertellen.

Als Tootje slaapt heeft Piet vaak ellenlange, koortsachtige discussies met Betsy. Piet in de rol van opvoeder en Betsy in de rol van weerbarstige puber. De ene z’n uitdaging om de ander te overtuigen, de ander z’n uitdaging om zich niet te laten beïnvloeden. De ene is aan het drammen en de andere duwt z’n hakken in de grond. Een vreemd ritueel, in de ogen van een toeschouwer volkomen zinloos, maar voor de deelnemers buitengewoon opwindend. Niet in de laatste plaats omdat beide altijd volkomen overtuigd zijn van hun eigen Bgelijk.

Tonie’s vader was enige maanden geleden, in verband met een erfenis, te voet richting Deventer vertrokken. In het dressoir lag van hem, achterin de la naast een bundeltje oude brieven, een klein verschoten boekje met gedichten van Vondel.

Piet verveelt zich en zit ongeïnteresseerd een beetje door het boekje met gedichten te bladeren. Dan leest hij plots:

Joost van den Vondel
O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

Zijn gedachten verplaatsen zich dwars door de tijd heen, naar het moment dat hij samen met Tonie en Coenie op de fiets van de Wageningse berg afreed, de zon tegemoet. Naar hoe mooi en veelbelovend het leven zich toen als een kleurrijke bloem voor hem aan het openen was.

Hij staat op en kijkt schuin door het raam naar beneden de uitgestorven Kinkerstraat in. Z’n blik gaat langs de ramen van de huizen aan de overkant, hij proeft de misère van de oorlog als gal in z’n mond. Hij gaat op de rand van het bed zitten en leest nogmaals:

O wat zon is komen dalen
in den Maagdelijken schoot!
Ziet hoe schijnt ze met heur stralen
Alle glanzen doof en dood.

Wordt vervolgd…

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Een gedachte over “Weer bij Moeders Thuis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s