Op de Schuit naar Oude Zeug (Blijf van m’n Reet)

Tonie’s zuster Bets vertelde in 2019 het volgende verhaal.

Bets in 2019

“Eind ’44 stierf iedereen van de honger. Nergens in de buurt was er iets te vrete. Bijna elke week moest ik same met Wim en Piet naar Friesland fietse om wat te bikke bij elkaar te scharrele. Ken je je voorstelle: dat hele takke-end over die afsluitdijk op een fiets met houte bande en al die dinge meer.

Op één dag heen en weer was niet te doen. Vaak moste we daar, bij dat stelletje boere, blijve pitte. Nou, van die boere mocht ik wel in de schuur gaan legge. Volgens Piet ging dat zo makkelijk omdat ik erbij was. Maar die wijve van die gaste, dat ware me toch een stelletje secrete. Nou, daar luste de honde geen brood van..

Afijn, dan lag je daar in het donker in zo’n gore schuur tussen al dat hooi. Dat jeukte als de pest en al die dinge meer. En as je ’s morgens wakker werd zat het hooi – bij wijze van spreke – in je onderbroek. En zat je niet onder de vliege dan zat je wel onder de vlooie en al die dinge meer. Gadverdamme.

Nou was het niet bepaald een pretje om dat hele kelere eind naar huis terug te moete fietse. Maar toch deed ik dat liever dan met die gore boot. Laat ik je vertelle, Piet wilde altijd langs Lemmer terug. Vandaar uit kon je soms met de boot mee naar Ouwe Zeug*. Dat scheelde een eind fietsen, maar god wat een ellende.

Laat ik je vertellen meid, sta ik daar – met m’n goeie fatsoen op die boot – tusse die stinkende koeie en al die dinge meer – zit er in eens een van die gore stinkboere met z’n smerige pote an m’n reet.

Nou, dan mot je bij mij weze – stelletje vuile stikboere – laat ik je vertelle meid, ik zeg, “He, vuile kluiveduiker, ben jij wel helemaal lekker – hou jij effe lekker je gore pote thuis, boerelul.” 

Kijkt die achterlijke boer me lachend an en zegt, “Wah blief?”
Dus ik zeg, “Wah blief? Zo de flikker op man, spreek eerst is je moers taal, dan begrijp je misschien wat ik bedoel.”
“Ik zal je vertelle, nou mooi dat die vuile klootzak afdroop.”
“Je gelooft het misschien niet maar het was echt zo. Wat een lul die gozer zeg, laat ie lekker met z’n pote van m’n reet afblijve.”

Toen Wim vroeg, “wat is er an de hand?” zei ik, “niks… een strontvlieg.”

Maar meid, laat ik je vertelle – die koeie – wat een vuile schijt beeste. Die staan me daar op die schuit een partij te pisse en te schijte – ik werd er elke keer weer stront misselijk van.. Het klinkt misschien niet lekker maar de stront zat je tot achter je oren en al die dinge meer.

Afijn, als Wim en Piet zeiden dat ik niet zo moest zeike. Zei ik altijd: Nou, ik zal zegge dat ik het lekker vind, nou goed!


* De Oude Zeug is een zandplaat in het IJsselmeer, ten noordoosten van de Wieringermeerpolder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s