Wat is Nou Eigenlijk Gezellig?

Op een middag een paar maanden nadat mijn vader overleden is, wordt er in de Kinkerstraat gebeld.

Ruud staat in de keuken een boterham te maken en roept
“Leny trek jij de deur even open.” Leny loopt naar de gang en geeft een ruk aan het traptouw “Wie is daar? ” roept ze.
Ze horen zware voetstappen de trap op komen en daar staat plots ome Nelis boven aan de trap.
“Goeden middag samen,” zegt hij, formeel als hij is.

Ruud van zeventien en Leny van dertienjaar zijn alleen thuis.
Ze kenden ome Nelis nauwelijks want die twee broers gingen niet echt met elkaar om.
Ome Nelis kwam op mijn vader zijn begrafenis plots weer boven water.
Hij was een poosje weduwnaar en ging sinds die tijd meer dan vroeger bij familie langs.
Maar voor Ruud en Leen is hij min of meer een vreemde.
“Is jullie moeder thuis?” vraagt hij, waarop Rudy zegt:
“Nee ome Nelis, mama is met Ton een boodschap doen.”

Normaal ging ze even naar de Ten Katemarkt, Simon de Wit, of de Gruyter maar nu was ze met Ton op pad om een nieuwe regenjas te kopen.
Ruud en Leny hadden geen idee hoe lang dat ging duren.

“Zullen wij even een kopje thee zetten?” vraagt Leny.
“Ja lekker zegt ome Nelis.”
Leny zet thee en vraagt terwijl ze inschenkt, “Wilt u suiker en melk?”
“Een schepje suiker en een wolkje melk.” antwoord Nelis.
“Net zoals mijn vader zijn thee dronk,” zegt Ruud, min of meer blij om dat het hem zo bekent in de oren klinkt.

Ze geven ome Nelis het laatste Maria biscuitje met een Droste flik er op.
“Ik ben eigenlijk meer een hartige klant.” Zegt Nelis “Maar dit gaat er ook wel in.”

Terwijl Nelis zat te praten, hij begint met “Jullie zijn de jongste van Piet hè, weten jullie wel dat ik de oudste ben van het gezin waarin je vader is opgegroeid,” en zet zijn borst vooruit.
“Ja dat weten we zeker ome Nelis, en stamhouder hè als ik me niet vergis,” zegt Ruud, lachend, omdat hij weet als hij het niet gezegd had ome Nelis er mee was gekomen.
“Ja zeker Jongen, ach je vader was geloof ik de negende, dat is natuurlijk heel iets anders niet dat hij daar wat aan kan doen natuurlijk.”

Ruud en Leny proberen af en toe ook een woordje in te brengen.
Dat was moeilijk; ome Nelis praatte graag, met name over zichzelf maar luisterde slecht.
Hij zette zichzelf op zo’n voetstuk dat zowel Ruud als Leny een misplaatste schaamte voelden.
Ze zagen ome Nelis groeien in zijn verhalen.
“Nou ik hoop dat jullie er iets van opgestoken hebben,” zegt hij na verloop van tijd.
“Ik ga maar weer ‘eens.”

Hij staat op, loopt naar de deur, en zegt:
“Jammer dat jullie moeder er niet is, ik had haar iets willen vragen, en dan had het misschien toch nog even gezellig kunnen worden.”

Ruud en Leny staan perplex. Ze hadden zo hun uiterste best gedaan om het voor ome Nelis gezellig te maken, maar het was een totaal mislukte missie geworden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s