Naar het Kerkhof

Op 30 oktober 1969 de dag dat papa zestigjaar zou zijn geworden.
Heb ik met mijn oudste zus Tonny afgesproken om naar het kerkhof te gaan.
Ton haar zoon Ronny en mijn jongste zoon Marcel beiden vijf jaar gingen met ons mee.
Ze waren beiden nog vlekkerig van de waterpokken.

Op Marcel zijn vraag waar we naar toe gingen, zei ik.
“Lieverd opa was vandaag jarig we gaan even bij het graf van opa kijken en wat mooie bloemetjes neer zetten.”  Zijn antwoord  was, “O, leuk,” en dat mijn zuster haar zoon Ronny mee ging was sowieso een feest ze waren beste vrienden.

De weg naar de Ooster begraafplaats kenden we op ons duimpje, dus zoeken was er niet bij.
We zaten in de auto over koetjes en kalfjes te praten, als Ronny zegt “Zijn we er al  bijna.”

Waarop Ton verschrikt antwoord, “Hè, o wat doe ik nou,  waar zitten we nou eigenlijk, ik let helemaal niet op de weg ik ben volgens mij helemaal verkeerd gereden,” we hadden geen idee waar we waren.

Maar tegelijkertijd passeert ons toevalligerwijs een begrafenisstoet nou dat treft, die volgen we dan komt het goed.

We zetten ons gesprek voort, tot Ton na verloop van tijd zegt, “O nee, hè wat zie ik nou weer, ongelooflijk we zijn bijna bij *Zorgvliet.”

Ze trapt op de rem en keert de wagen uit de stoet waar inmiddels meer auto’s waren aan gesloten.
Dat was nog even een verwarde toestand, we zaten nerveus te giechelen, O wat erg,
Er zat toen niets anders op dan even ons mond houden en goed op te letten.

Toen we bij de Oosterbegraafplaats aan kwamen en de auto parkeerden zagen we plots tegenover de ingang  van de begraafplaats, bij de haringkar ome Beppie staan hij stond een haring te eten.

“Och, meiden wat ben ik blij dat ik jullie zie, ik heb wel een uur over dat kerkhof lopen zoeken. Het is zo groot ik dacht dat ik het graf makkelijk kon vinden maar mooi knudde.” Hij gooit het kartonnetje van de haring in de prullenbak, en zegt tegen de haringman, ” “Een goed harinkie Joop, moeten jullie trouwens een harinkie,” vraagt hij terwijl hij het mee gebrachte bosje bloemen van  de haringkar afpakt.

“Nee bedankt ome Bep, we lopen te snoepen,” zegt Ton.
Marcel kent ome Bep niet zo goed, en geeft me meteen een stevige hand.

Maar als we de weg zijn over gestoken en op de Oosterbegraafplaats lopen, die prachtig in zijn herfstkleuren getooid is lopen de twee jongens al snel kastanjes en eikeltjes te zoeken, alsof ze in het Vondelpark lopen.
Elkaar toe schreeuwend, “Hier is het goed hè, kijk is wat veel eikels en kastanjes.”
Ze hadden beiden binnen de kortste keren al een hand vol.

Wij lopen gezamenlijk naar het graf, dat vrij achteraf gelegen is, we borstelen het steentje schoon, en zetten de meegebrachte bloemen en plantjes er om heen.

 Ik spreek voor me zelf als ik zeg, op het kerkhof vind ik niet veel, alleen het fijne gevoel dat het er weer goed uit ziet als je weg gaat.
Maar of ik nou op het kerkhof sta of waar ook elders, het gemis blijft het zelfde.
Als we alles naar tevredenheid hebben verzorgd, roepen we de jongens om huiswaarts te gaan.

Als de jongens, hun eikeltjes en kastanjes in hun jaszak staan te proppen zegt Marcel.
“Mama doe het nou,”  ik zeg, “Wat jongen,” hij zegt nogmaals,  “Doe het nou.”
“Wat moet mama doen,” vraag ik.

Hij wijst naar het grafsteentje en zegt, “Optillen, we gingen toch naar opa kijken.”

* Zorgvliet kerkhof aan de westelijke oever van de Amstel in Amsterdam Zuid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s