De Bom op de Blauwburgwal

Ome Bep

“Ome Bep,” vraagt één van de nichtjes, “tante Geertje is toch blind geworden door die bom op de Blauwburgwal, is het niet?”

Ome Bep gaat rechtop zitten en zegt, “Wacht even meiden, ik heb dat inderdaad, met goede reden, altijd zo gezegd, maar ik zal  jullie nu vertellen hoe de vork echt in de steel zit.”

Ik stond met een groep jongens en wat jonge dames, die we vaak in de stad waren tegen gekomen, te praten. Er was één meisie bij, daar kon ik mijn ogen niet vanaf houden, ze zag er leuk uit en was niet zo schreeuwerig als de rest.

Enfin, ik zeg tegen haar, hoe heet jij?
Ze zegt “Ik ben Geertje, wil je een snoepje”.
Dus ik zeg iets in de trant van, ja lekker en steek m’n hand in het zakie, het ware geloof ik hopjes of zoiets, enfin doet er niet toe.”
Nou en dat heb ik natuurlijk weer, scheurt verdomme dat hele zakje in tweeën en valt die hele handel zowat op straat. Ik schaamde me m’n ogen uit m’n kop.
Enfin, ik verwachtte natuurlijk iets te horen in de trant van, “he druiloor kijk je uit!”
Maar nee, ze zei met een heel lief stemmetje, “O voorzichtig, als ze op straat vallen is dat zonde.”
Nou, ik weet niet wat er met mij aan de hand was, maar ik werd me daar ter plekke toch een partij verliefd. En geloof me of niet, ik schrok er zelf van, dat ik ineens spontaan durfde te vragen of ze zaterdag mee wou naar een feestie op de voetbalclub. En wat denk je dat ze zegt, “Ja, dat lijkt me leuk.”
Nou, dat was wel het laatste wat ik verwachtte van zo’n mooie meid, ja toch, nee dan?
Oh … wat was ik trots en oh … wat heb ik met die meid gedanst!

Enfin, ik zal je vertellen, die avond toen ik Geertje na dat feest naar huis bracht vroeg ik haar om de volgende dag een wandeling te maken.
“Ja,” zei ze, “Dat zou ik prettig vinden. Maar ik moet je wel eerst wat vertellen, je moet wel weten dat ik een niet-besmettelijke vorm van TBC heb.”

Nou, jullie weten wat dat toen de tijd betekende, ik schrok me rot, maar het eerste wat ik dacht was, och die arme meid. Ik merkte het toen nog niet, maar ze kon toen al slecht zien.

“Maar Ome Bep,” vraagt een van de nichtjes, “hoe zit het dan met die bom op de Blauwburgwal?”

“Ja Stienie,” antwoord Bep aan zijn nichtje, “dat heb ik zelf verzonnen. Iedereen was altijd pachus bij het woord TBC of het nou besmettelijk was of niet. Ik vond dat zo erg voor die meid dat ik het verhaal van die bom op Blauwburgwal heb bedacht. Ik hoop dat jullie het me niet kwalijk nemen, het was niet besmettelijk, dus kwaad kon het niet, ik had het verschrikkelijk gevonden, als een ieder die meid uit de weg was gegaan. Ja toch?”

“Kan ze nog wel wat zien, ome Bep?” vraagt nicht Dieni.
“Ach meisie, alhoewel haar TBC niet meer erger wordt, ziet ze bijna niks, alleen contouren. Maar ik kan jullie wel verzekeren, blind of niet blind, dat ik nog steeds blij met me meisie ben en dat ik er nog geen dag spijt van heb gehad.

Ome Bep en Tante Geertje

Ome Bep en tante Geertje hebben  samen twee kinderen gekregen. De oudste Annie vernoemd naar oma van Klaveren en Wim die de naam van tante Geertje’s vader kreeg.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s