Het Kinderlichaam Onder het Witte Laken

“Schrik op schrik, zo blijft een mens gezond.”
Antonia Engelberta Helena van Klaveren-Beusekamp

“Piet, heb jij die bezoekerskaart van de tafel gepakt?” vraagt Tonie.
– “Ja meid, die heb ik op de schoorsteen onder de klok gelegd.”
– “Hè, zeg dat dan even man, ik zoek me een ongeluk.”
– “Meid, doe toch eens rustig, het is pas tien uur en het bezoek is om één uur.”
– “Ja, maar ik ga wel om half één de deur uit hoor,” zegt Tonie met klem.
– “Half één,” zegt Piet verbaast, “mens het is een kwartiertje lopen en voor eene gaat dat hek echt niet open hoor!”
– “Dat weet ik,” antwoord Tonie, “maar ik wil vooraan staan, ze controleren al die kaarten voor je het weet is er een kwartier voorbij … ach dat arme schaap.”
– “Ja, je heb inderdaad gelijk, zo had ik het nog niet gezien.”

Als het hek om precies 1 uur open gaat, laat Tonie als eerste haar bezoekerskaart zien. Boven aan de trap bij de afdeling Longziekten is er in de lange witte gang geen mens te zien. Tonie kijkt naar de kamernummers, ze staat voor kamer 89, ze slaat links af de gang in en staat even later voor kamer 13.

Ze pakt de deurkruk, drukt hem langzaam naar beneden en opent geruisloos de witte deur. Een sterke lysollucht komt haar tegemoet. Het kamertje is donker en het licht dat door de deuropening naar binnen dringt valt op een metalen ledikant. Door de spijlen heen ziet Tonie onder een wit laken een kinderlichaampje liggen.
“Ze is dood.”

Tonie durft de kamer niet in.

“Mag ik uw bezoekerskaart even zien?”
Tonie schrikt en zegt, “ach dat arme schaap.”
“Mag ik uw bezoekerskaart even zien,” herhaalt de zuster.
Tonie geeft de kaart.
De zuster controleert de kaart nauwkeurig en zegt, “Mevrouw van Klaveren, het is niet de bedoeling dat u zich – zonder dat u zich eerst bij mij hebt gemeld – zomaar op de afdeling bevindt.”
“Dat arme schaap,” stamelt Tonie.
“Mevrouw Van Klaveren, ben ik duidelijk of moet ik uw bezoekerskaart maar direct innemen.”
“Ze is dood,” stamelt Tonie.
“Ik neem aan dat u het kind op kamer 13 bedoelt?” zegt de zuster emotieloos.
Tonie begint te huilen.
“Mevrouw, u dochter, als het tenminste uw dochter is, slaapt gewoon, of ze moet in de tijd tussen mijn laatste controle en nu overleden zijn.”
Tonie ziet de zuster als een fossiel voor haar staan – als ze uit kamer 13 zacht gehoest hoort komen – draait zich om en loopt direct de kamer in.

Bij het ledikant pakt ze Rietjes kleine hand. Het handje voelt warm aan. Tonie sluit haar ogen en zucht. Als ze haar ogen weer opent kijken de oogjes van Rietje haar aan. Het kindermondje ontsluit zich en zegt, “mama.”


Een gedachte over “Het Kinderlichaam Onder het Witte Laken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s