Piet moet naar het Amsterdamse Bos

„Hé kale, ga jij eens snel verder met je werk!” schreeuwde de ploegleider met de kleine varkensoogjes tegen Piet, die over z’n bats geleund stond. Piet reageerde niet. De ploegleider liep agressief op Piet af en gaf hem met z’n platte hand een stoot tegen z’n schouder, „hé kale, ben je doof of zo!” 

Piet keek hem wazig aan en zei stamelend, „sorry hoor… ik voelde me duizelig…maar wat zegt u?”

„Neem jij je moer in de zeik,” bekte de ploegleider Piet af, „scheppen!”

Piet keek hem kort aan, zei niets, en begon te scheppen.

Onredelijkheid

Tien minuten later staat Piet weer over z’n bats gebogen. 

„Hé kale, de maat is nu vol!” schreeuwde de ploegleider, „je vrije dagen kan je wel vergeten!”

Wederom keek Piet de man aan. De mopsneus kwam langzaam in focus. „M’n excuses meneer, ik besef dat het lijkt of ik niets doe ” zei Piet beleefd, „maar ik wordt constant overvallen door vlagen van een soort onbestemde duizeligheid.”

„Duizeligheid m’n reet, dat flik je me niet, duizelig zijn doe je maar in je eigen tijd. Als ik zeg dat je moet scheppen, dan schep je verdomme! Ben je nou helemaal besodemieterd!”

Piet die veel kon hebben, maar niet tegen onredelijkheid kon, hief zijn hoofd op en keek de ploegleider recht in z’n toegeknepen varkensoogjes aan. 

„Beste man, u denkt toch niet dat ik flauwekul verkoop. Ik voel me verschrikkelijk duizelig en ik denk dat ik wederom naar de kamparts moet.”

„Luister kale, dat maken wij wel uit,” zei de ploegleider sarcastisch, „scheppen!”

Kamparts 

Een week later zat Piet in de wachtkamer bij de kamparts, Herr doktor Geier. 

„Herr Von Klabberen, kome sie bitte binnen,” sprak een magere man met een hoog voorhoofd en een zwart brilletje op een enorme haakneus. Hij had dunne lippen, en een grijze puntbaard. Hij had niet alleen een Duits accent hij sprak in iedere zin net zoveel woorden in het Duits als in het Nederlands. Hij ging gekleed in een witte doktersjas met een lichtgrijs hemd en een grijs gestreepte das.

Zwijgend hoorde de dokter Piets klachten aan.

„Hmm, zo herr Von Klieveren, und wie ist der stoelgang?”

„Ja, wat zal ik zeggen, niet echt soepel, maar geen klachten”.

„So gut, machen sie der borst bitte vrij.”

„Hmm… das klinkt nu nicht bepaald ritmisch, herr Von Klefferen,” zei de arts terwijl hij met een stethoscoop naar het kloppen van Piets hart luisterde, „das klinkt mir niet als muziek in den oren.”

In gedachte verzonken nam de arts plaats achter z’n bureau. Hij sloeg langzaam zijn handpalmen en vingers tegen elkaar. Hij staarde enige tijd over Piet heen.

„Hmm, tja… was moeten wir hier nu mee, herr Von Kalveren. Es lijkt mir das beste sie zu verwijzen naar ihre hausarts in ihre woonoord. Diese had meer inzicht in uwer medisch dossier. En deze weledelzeergeleerde herr – mijn waarde collega ter plaatse – kan op basis van diese gegevens ein bessere diagnose stellen. Zo machen wir das Herr …was waar ihre name? Ach jha, … Herr von Kladderen.”

Piet die van geen medisch dossier wist – maar wel de strekking van de term woonplaats kende – voelde zich innerlijk opgetogen. 

Maar hoewel hij blij was dat hij naar huis mocht, leek het hem niet verstandig om daar bij de kamparts nu de horlepiep te gaan dansen. 

Dus zei hij bedachtzaam, „Hm, dat klink zorgelijk… dokter.”

„Ah Herr von K’lebberen, er ist keine reden zum angst.”

„Dank uw wel, dokter.”

Huisarts

Piets huisarts herkende ook iets van een onregelmatige hartslag. Maar stelde Piet gerust in de wetenschap dat dit bij veel mensen voorkomt. En dat de duizeligheid hier niets mee te maken had. Dat de klachten meer samenhingen met Piets zijn vele gebukt staan. 

„Pardon… ” zei Piet.

„Ik bedoel door het vele bukken tijdens het scheppen,” verduidelijkte de arts. 

Piet mocht niet langer scheppen. Hij moest dan maar van allerhande hand- en spandiensten gaan verrichten. Maar bukken dat mocht hij niet meer. 

Na een tijdje van het kastje naar de muur te zijn gestuurd werd Piet tenslotte te werk gesteld bij de uitvoering van het „Bosplan”. De grootschalige aanleg ~ rond de voormalig Olympische roeibaan ~ van het Amsterdamse Bos.

Terug in Amsterdam ging het ineens een stuk beter met Piet. Of dat nu kwam door het minder bukken of door het feit dat hij nu elke dag weer thuis bij de zwangere Tonie was ~ of door een combinatie van beide factoren ~ dat weten we niet. Maar dat het beter ging, dat was een feit.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s