Tonie Eet bij Piet Thuis

Twaalf jaar verkering, zoals Piet en Tonie hadden kwam in die dagen niet veel voor, maar in het gezin waarin Tonie opgroeide zijn de meeste kinderen wat later uitgevlogen. Tonie’s moeder kon haar kroost maar moeilijk los laten. 

Allegaartje aan servies goed.

Als Tonie af en toe tegen haar moeder zei, „Mam, Piet zijn moeder heeft gevraagd of we zondag bij haar komen eten,” dan was de stemming meteen om te snijden. Dan betrok het gezicht van haar moeder onmiddellijk. Ze zei dan, „Kom je daar nu mee, kan je dat niet eerder zeggen, ik heb nu al alles voor zondag in huis.”

Dacht Tonie een volgend keer, ik zeg het bijtijds, dan was dat ook niet goed, en liep haar moeder weken lang te mopperen in de trant van, ”Moet je nu zo nodig bij dat zootje daar eten.”

Tonie had daar moeite mee, het kwam dan ook beslist niet meer dan één keer in het halfjaar voor, dat ze bij haar schoonfamilie ging eten.

Desondanks al dat gemopper was Tonie ~ net zoals haar broers en zussen ~ dol op haar moeder. Het was ook een zorgzame moeder voor haar kinderen. Maar je moest geen schoondochter of schoonzoon zijn, want dan kon je het moeilijk goed doen.

Het was een mooie zondag en Tonie ging voor het eerst bij Piet thuis ‚dineren’. Ze had zich prachtig aangekleed en een armband van haar zuster geleend. Voor de spiegel was ze een uur met haar kapsel in de weer geweest. Op haar polsen en decolleté wreef ze een paar druppels Boldoot Eau de Cologne. Ze bekeek zichzelf een paar minuten intens in de spiegel. Afgezien een klein puisje op haar voorhoofd zag ze er uit als de kleine prinses.

Bij haar moeder thuis ging het er tijdens een diner met gasten erg formeel aan toe. Bij de familie Van Klaveren ging het er echter anders aan toe. Het was er gewoon elke dag stamppot met vette jus:  stamppot boerenkool, stimpstamp, blote billetjes in het gras, stamppot ouwe wijvenkool, hete bliksem, hutspot, stamppot zuurkool, stamppot prei, stamppot met raapstelen, enz. En als de piepers op waren, en er niets te stampen viel, stond er een pan pap op tafel.

Jordaans kreuntje

Als Piet en Tonie binnenkomen staat Piets moeder een brasem die in een zinken teil ligt te schubbe. Ze veegt haar handen aan haar schort af en loopt met uitgestrekte armen op Tonie af. Voorzichtig legt Tonie haar hand in die van Piets moeder. „Och … ”, zegt Piets moeder met een Jordaans kreuntje, „meissie, wat zie je er keurig uit. Nou wijffie, ga effe lekker zittuh, dan maak ik de visch effe af.
Stientje! Zet jij effe een lekker bakkie thee.” 

Piets vader stelt zich beleefd, maar met weinig woorden voor. Hij maakt zwijgend een gebaar naar de houten stoel waarop Tonie geacht word te gaan zitten.

Opgelaten 

Tonie zit er enigszins opgelaten bij. Ze voelt zich een beetje als een freule die door de dorpsraad gekeurd wordt. Niemand zegt iets… en hoe langer de stilte duurt hoe ongemakkelijker Tonie zich voelt. Om het ijs wat te breken zegt ze, „wat is het een lekker weer buiten, hè”. 

„Ik hou niet van die hitte”, zegt Piets vader.

Stilte …

Piets moeder komt binnen en zegt, „nauw … ‚t is een lekker stukkie visch hoor, ma’ ja, wat wil je, ’t komt van Kleine Corrie van Rooie Cor. 

Hé, wat zie ik nauw, die meid zit nog steeds op een houtje te bijte. Hè Stientje, zet jij nauw ’s effe een lekker bakkie thee voor die meid, kom op. Da lus je toch wel, hè meissie.”

„Ja, graag mevrouw, alstublieft  … uh pardon …uh … dank u wel,” stamelt Tonie.

Tonie hoort het geluid van water uit de keukenhoek, ze moet naar het toilet, maar durft het niet te vragen. Ze hoort Stientje aan Piets moeder in het keukentje vragen,

„U had toch koekies gehaald, moeder.”

„Ja meissie,” fluistert Piets moeder, „Die legge in een papiere zakkie in het kassie, leg jij ze effe netjes op het hele bordje.” 

Beppie

Op dat moment komt Piets twaalfjarige broertje Beppie binnenstappen. „Hallo”, zegt hij in het rond kijkend. Hij wil op het bankje voor de bedstee gaan zitten. „Zeg Beppie, doen we dat  hier zo, heb ik jullie dat zo geleerd, je weet toch wel hoe het hoort … hè?” zegt opa nors terwijl hij zelf voorbij gaat aan de eerste regel der etiquette *.

„Oh, sorry vader,” zegt Beppie opspringend, hij stapt op Tonie af geeft haar een hand en zegt, „Goeiemiddag, ik ben Beppie … goh, wat ruikt u lekker mevrouw.” 

„Oh, dank je wel”, probeert Tonie met een ontspannen flair te zeggen.

„Hoe heet ut?” vraagt Beppie. 

„Mijn eau d’ cologne bedoel je… dat is Boldoot”, zegt Tonie.

Omdat Tonie’s kennis – rondom het jargon van de vuilverwerkende industrie – minimaal was, begreep ze niet waarom de rest van het gezelschap probeerde hun gegrinnik te onderdrukken.

Piet schaamde zich en was blij dat zijn vader tegen de rest zij, ”gedragen jullie je een beetje!”

Tonie, die absoluut niet wist waar het allemaal overging, was blij dat de aandacht door de binnenkomende thee werd afgeleid.

Suiker

Stientje wordt aandachtig door haar vader in de gaten gehouden als ze met de thee op Tonie afloopt. Ze heeft de schotel waarop de theekop rust met twee handen vast en zegt, „Hier uw thee mevrouw, we hebben suiker gehaald hoor, wilt u dat?”

„Ja, graag, dank je wel,” zegt Tonie beleefd terwijl ze de thee aanpakt.

Piets vader knikt instemmend naar Tonie. „Keurig”, hoor je hem denken.

Stientje komt er aan met een geëmailleerde mok met suiker.

Ze gaat vlak voor Tonie staan en begint met een eetlepel suiker in Tonie’s thee te scheppen – onder het motto, ‚hoe meer hoe beter’.

„Dank je wel”, zegt Tonie als teken dat het zo wel genoeg is.

Stientje – niet bekend met dit subtiele stopteken – doet er nog een flinke schep bij.

„Dank je wel”, herhaalt Tony nogmaals.

„Stientje”, zegt Piets vader op formele toon, „heb je aan de jongedame gevraagd of ze er een wolkje melk in belieft?”

„De melek is zuur”, zegt Piets moeder.

Piets vader duikt weg in z’n krant.

“Stien schenk voor mij ook is een lekker bakkie in,” zegt Piets moeder. Zich tot Tonie wendend zegt ze, „Dat vin ik nou leuk, dat jullie vandaag hier komme eten. Dat kenne jullie gerust wat vaker doen hoor, da’ vinne we gezellug.”

Tonie lacht verlegen vriendelijk terug. Ze denkt, „laat me moeder het niet horen.”

Nelis

De kamerdeur gaat open en er komt een man binnen.  „Goedemiddag samen,” zegt de man traag. Hij knikt formeel naar opa en beweegt zich traag in de richting van Tonie. Als hij daar aankomt schraapt hij zijn keel en zegt met een gedragen stem, alsof hij zichzelf aan het opblazen is, „Goedemiddag jongedame, het doet me genoegen om met u kennis te mogen maken. Over mijn persoon heeft u beslist wel horen spreken, ik ben namelijk Nelis, stamhouder van de familie Van Klaveren en Piets oudste broer.”

„Aangenaam om met u kennis te maken, mijn naam is Tonie Beusekamp.”

Even later als het gezelschap aan tafel gaat, nodigt Piets vader Tonie uit om naast hem plaats te nemen. Nelis gaat plomp op de andere stoel naast Tonie zitten. Piet staat er een beetje verloren bij. Hij kijkt Tonie aan en haalt z’n schouders op. Piets vader ziet Piet staan en zegt tegen Nelis, „Jongen, laat Piet daar eens zitten.” 

„Waarom vader?”, vraagt Nelis die zich aangetast voelt in zijn status van oudste zoon. Zijn vader zegt niets en kijkt Nelis alleen maar aan, waarop Nelis – onder zwijgend protest – een plaatsje opschuift.

Servies

Tonie neemt voorzichtig de gedekte tafel in zich op. Het servies en het bestek zijn een allegaartje van afdankertjes. Tonie ziet een bord met blauw en gele bloemetjes erop, een bord met een geschilderde papegaai erop, een dik grijs bord met een zwarte rouwrand, een grijsblauw geëmailleerd bord, een soort platte houten kom en meer van dien. De enige overeenkomst tussen de borden is dat ze allemaal beschadigd zijn. Er lagen geen messen, alleen vorken in nog meer soorten en maten als de borden. In het midden van de tafel lag een houten schijf met daarnaast een grote tinnen opscheplepel. Zo groot dat je er een prima werktuig aan zou hebben als je de zandbak moest leeggraven.

Slechte eter

Piets moeder zet de pannen op tafel: gekookte aardappelen, gestoofde warmoes, de gekookte vis en boter. Ze gaat zitten en zegt tegen Tonie, „Kijk is meissie, wat een heerlijk stukkie visch, schep jij maar lekker eerst op”. Tonie schepte een bescheiden portie op. Piets moeder kijkt erna en zegt, „Och meissie, moet je daarvan leven, dat is toch veel te weinig.” 

Tonie begreep niet wat ze bedoelde omdat ze bij hun thuis altijd meerdere kleine porties opschepte. Hier ging dat echter anders, de pannen werden direct tot de bodem leeggeschept, en wie niet direct z’n eerlijke deel nam, viste achter het net.

Later op de avond, als de maan al hoog boven de Jordaan hangt en de gasten vertrokken zijn, zegt Piets moeder bezorgt in de bedstede tegen haar man, „Een lief meissie hoor, maar wat een slechte eter”.

Uit de kinderkamer klinkt een wind. „Hmm, dat zijn die uien van vanmiddag,” zegt Piets moeder terwijl ze zich omdraait. Piets vader staart nog een paar minuten naar het plafond van de bedstede en luistert naar het zachte gesnurk van z’n vrouw. Dan zet hij z’n slaapmuts op, draait zich om en valt in slaap.

* De eerste regel is: Iemand niet ten aanzien van anderen terecht wijzen.

* Nelis was door oma uitgenodigd omdat z’n vrouw Nellie in het ziekenhuis lag.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s