Het Spookhuis van Vieze Jopie

Na de beurskrach van 1929 gaan er veel bedrijven failliet en komen er veel arbeiders op straat te staan.  Zoveel, dat er op de steun die de werkelozen ontvingen gekort moest worden. Dit leidde tot treurige situaties, veel mensen deden van wanhoop geen oog meer dicht. Het was uitzichtloos, dit leidde tot een ontlading in woede en in 1934 vind de Jordaan oproer plaats. In heel Amsterdam en met name in de Jordaan wordt er gevochten. De Amsterdamse politie, niet opgewassen tegen grootschalige rellen, richt de Karabijn brigade op, de voorloper van de Mobiele Eenheid. Het waren onzekere tijden, ook voor Tonie en Piet, alhoewel die beiden hun baan wisten te behouden.

Dineren

Tonie wordt twintig en Piet is uitgenodigd om bij de familie Beusekamp te komen dineren. Twintig minuten lang poetst hij zijn schoenen, knoopt een schone boord om en borstelt z’n zondagse pak. Hij kijkt in de spiegel, veel haar om te kammen heeft hij niet meer. Om toch een min of meer gedekt kapsel te krijgen neemt hij wat pommade op z’n vingers. Hiermee plakt hij zorgvuldig z’n resterende haar over z’n gladde bol heen. 

Tonie woont niet meer in de Galgenstraat. Ze zijn verhuist naar de van Beuningenstraat nummer 59II. Voor Piet is dit een kwartiertje lopen. De herfst is net begonnen en de eerste herfstbladeren zweven door de lucht. Piet denkt tijdens het wandelen aan Tonie en de toekomst die voor hen ligt.

Bij de Prinsengracht aangekomenen ziet hij een man die probeert een handkar de brug van de Egelantiersgracht over te duwen. „Moet je die kleine gek daar nou zien…”, denkt Piet lachend. Het is dan ook een komisch beeld … aanloopje … d’r tegen op … en hup weer terug … aanloopje … d’r tegen op … en hup weer terug …

Brug

D’r staat een bruggentrekker op de brug, maar die steekt geen hand uit. Piet denkt, „die kerel van die kar heb waarschijnlijk geen cent te besteden.”

„Hé maat, moet ik je effe helpe…” roept Piet.

„As ut niks kost, graag”, roept de man terug. En vervolgt met, „Hé krijg nou de kelere Piet.”

„Hé Jopie kerel, hoe gaat met met jouw?”

„Ach man, schei uit, ik ben al een uur bezig met die schijtkar …. ik krijg dat tyfusding die teringbrug nie over.”

„Nou kom op, we geven hem samen een slinger,” zegt Piet.

Als de kar over de brug is kijkt Jopie de bruggentrekker triomfantelijk aan en zegt, „en voor jou de pleuris slijmbal.”

Jopie praat tegen Piet. 

Piet staat voor hem en denkt, ”Allemachtig, wat ziet die kerel er uit, het lijkt wel een zwerver.”

„… en toen kreeg ik die twee stoelen en dat kassie!” eindigt Jopie z’n betoog.

Piet kijkt naar het ‚meubilair’ in de handkar en denkt, „wat een tinnef”.

„Mooi hé,” zegt Jopie.

„Hm, ja … ziet er goed uit,” zegt Piet tegen Jopie om hem niet voor z’n hoofd te stoten.

Pand

„Kijk ,ik woon hier op de gracht,” zegt Jopie. Hij wijst naar een gestut pand.

„Zo, dat is mooi,” zegt Piet, „op welke verdieping?”

„Op zolder,” zegt Jopie, ”lekker hokkie hoor’.

„Ik help je wel even om dat spul naar boven te brengen,” zegt Piet.

Als ze voor de gevel staan wordt het Piet duidelijk dat het een onbewoonbaar verklaard pand betreft. Piet kijkt langs de stutten omhoog. Hij ziet gebroken ramen waartegen kranten geplakt zijn. Jopie opent de afgebladderde deur en stap naar binnen. Hij schreeuwt, „vangen Piet!” en trapt een dooie rat naar buiten. 

Spookhuis

Ze pakken ieder een stoel en gaan een steile trap omhoog. Op niet alle treden ligt hout zodat ze soms een hoge stap moeten maken. Het ruikt naar kattenpis, nat papier en voetschimmel. Bij een woning staat de voordeur open. Door de spinnenwebben heen ziet Piet dat er vloerdelen ontbreken en dat het behang is weggescheurd. 

Op de derde etage leggen de uitgedroogde overblijfselen van een kat. „Kijk uit, dat je niet uitglijd,” zegt Jopie terwijl hij er overheen stapt.

Interieur

De zolderdeur zit klem, Jopie duwt hem met het z’n schouder open.

Piet kijkt naar binnen, er lopen kakkerlakken weg. Op de grond staat een halfgevulde strontemmer en in de hoek ligt een matras dat zo vet is als een pannenkoek. Ernaast op de grond staan drie lege en één aangebroken fles jajem.

„Kom binnen man, moet je wat te zuipen,” zegt Jopie.

„Nou Joop,” ik moet naar m’n schoonfamilie, „dus laten we dat kassie samen naar boven sjouwen en dan moet ik er snel vandoor.”

Het was al laat, Piet wou eigelijk nog even langs de bloemist, maar gezien de tijd ging hij direct door naar Tonie.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s