Piet en Tonie Ontmoeten Elkaar

Piet begon zijn carrière, net zoals zijn vader, als fietsjongen bij een slagerij. Hierna begon hij op zijn zeventiende levensjaar als pakhuisknecht bij  Het Nederlandse Veem. Deze pakhuizen bevonden zich op het Prinseneiland.

Het Nederlandse Veem

Hier verdiende hij zijn dagelijks brood letterlijk in het zweet des aanschijns. De gehele dag door sjouwde hij daar met balen koffie van zestig kilo op zijn hoofd. Dit verklaart misschien waarom hij voor z’n dertigste al kaal was.

Tonie

Het Prinseneiland maakte deel uit van het grotere Bickerseiland. Tonie woonde daar samen met haar vader en moeder in de Galgenstraat. De heer en mevrouw Beusekamp hadden naast Tonie nog zes andere kinderen (1). 

Sloterdijkbrug bij de Teertuinen met op de achtergrond de Galgenstraat

Tonie’s moeder werkte als schoonmaakster bij particulieren thuis. Daarnaast maakte ze ook een groot kantoor op de Singel schoon. Na de lagere school ging Tonie haar moeder thuis helpen in de huishouding. Tonie vond het leuk om voor de nieuwe baby Betsy te zorgen. Toen Tonie veertien jaar oud was ging ze aan het werk. Ze werkte vijfenhalve dag per week als breister op een elastische kousen atelier op het Prinseneiland.

Als ze ‚s morgens vroeg naar haar werk ging hoefde ze – vanuit de Galgenstraat – alleen maar een ophaalbrug over om op haar werk te arriveren.  

Op haar werk was ze bevriend met Annie Rekkers, een fijne collega en goede vriendin. Ze zaten de hele dag naast elkaar, ieder aan een eigen breimachine. Ondanks dat het lange werkdagen waren, waarin er veel kousen gebreid moesten worden, werkte Tonie en Annie er samen met veel plezier.

Van maandag tot vrijdag werkte ze bijna klokje rond – dus van acht uur ‚s morgens tot half zes ‚s avonds. Op zaterdag werkte ze tot 2 uur ‚s middags.

Elke zaterdagochtend werd er voor in de koffiepauze gebak gehaald. Het gebak werd gehaald bij Beune op de Haarlemmerdijk; die was Wereldberoemd op het Prinseneiland. 

Een beetje lachend en wat ondeugend kijkend, kwam Tonie later met de bekentenis: „…Annie en ik namen elk altijd twee gebakjes.”

Stad in

Omdat de meeste jongelui op zaterdagavond de binnenstad van Amsterdam ingingen was het daar dan altijd aangenaam gezellig.

Tonie was net vijftien en Annie zou op acht december ook vijftien worden. Gearmd lopen ze tussen de andere jonge mensen over de Kalverstraat.  Op alle hoeken staan groepjes jongens en meisjes met elkaar te praten. 

Op de hoek bij de nieuwe Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam (2) staat een oude man op klompen met een gerafelde kapiteinspet op een schippersklaviertje (3) te spelen.

„Wat klinkt dat vrolijk,” zegt Tonie, „laten we die man een centje geven”.

„Oh ja, leuk,” zegt Annie, „als we hem elk een plak (4) geven heeft hij een  stuiver (5).”

„Dank u wel, edele dames” zegt de man tegen de meiden. 

Giechelend lopen de Edele dames verder.

Opgewekt lopen ze – op de klanken van een draaiorgel – langs het Paleis op de Dam de Nieuwendijk op.

Op de hoek van de Sint Nicolaasstraat (6) staat een groepje jongens. Wijdbeens, luidruchtig en met grote gebaren – die bedoeld zijn om indruk te maken op het vrouwelijk schoon – zijn ze druk met elkaar in de weer.

Midden in deze groep staat een jonge met z’n pet schuin bovenop een enorme kuif. 

„Kijk, die jongen daar, die werkt bij ons op het eiland,” zegt Annie.

De jongen met de pet merkt dat de meisjes het over hem hebben en maakt een uitnodigend gebaar. Tonie durft niet en wil in eerste instantie doorlopen. Maar Annie kent dit soort dilemma’s niet en loopt direct op de jongen af. Tonie weet niet zo goed wat ze moet en loopt er maar achter aan.

„Volgens mij ken ik je ergens van,” zei Piet zo zelfverzekerd tegen Annie, dat zelfs zij er beduusd van werd.

„Ja meneer, ik werk op het prinseneiland,” stamelde Annie.

Piet lacht om het woord meneer en zegt, „Noemt u me maar gewoon Piet mevrouw.”

„Wat mevrouw, het is Annie voor jouw,” grapt ze.

Piet en Annie kijken elkaar lachend aan.

Piet bewoog z’n hoofd, met de enorme kuif, omhoog een keek over Annie’s schouder op Tonie neer. Hij schraapte z’n keel en sprak tegen Annie, „En wie  schone jonkvrouw … als ik zo vrij mag zijn … is dat lieverdje daar achter u … in uw schaduw”.

Tonie liep rood aan en wou ondanks de belangstelling het liefst langzaam de grond in zakken. Annie trok haar naar voren en zei, „Dit is me beste vriendin Tonie”. Tonie lachte Piet verlegen toe.

Piet bewoog z’n grote handen als een dirigent mee op de klanken van het draaiorgel op de hoek en zei, „aangenaam, en voor jou is het ook gewoon Piet ,hoor.” Tonie kijkt Annie op zo’n manier aan dat Annie direct begrijpt dat ze weg wil. 

„Nou, tot kijk Piet,” zegt Annie, ”we zien je van de week misschien wel op het eiland.”

(1) Hun eerste kind was op 1½ jarige leeftijd aan longontsteking gestorven.

(2) HEMA

(3) Een soort accordeon.

(4) Een munt van tweeëneenhalf cent.

(5) Vijf cent.

(6) In hetzelfde straatje heeft later Tonie’s dochter Leny met haar man Ferry en hun oudste zoon Wouter nog een paar jaar gewoond.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s