Een Onverwachte Gebeurtenis

Rozengracht tijdens de demping

Piets zuster Dien kreeg toen ze zestien jaar oud was verkering met ene Jan Vega. Haar ouders hadden het gewoon over het vriendje van Dientje. Bij hun thuis was het druk genoeg, dus Jan was nog nooit bij ze over de vloer geweest.

Dientje werkte destijds bij „Koffiehuis De Molen” op de Rozengracht waar ze allerlei spik-en-span diensten verrichtte, van opruimen, de pot schrobben, tot en met boodschappen sjouwen. Ook maakte ze tussendoor de woning van de uitbaadster schoon. 

Valpartij

Het is 25 januari 1925 als Dientje de ramen van het koffiehuis staat te lappen. Haar baas staat er, met een grote sigaar tussen z’n lippen en z’n beide vuisten diep in z’n zakken, tevreden met zichzelf naar te kijken. 

Dientje – een tikje zenuwachtig door de belangstelling van de baas – laat de spons naast de emmer vallen. Met een te sterk aangezette paniekreactie wil ze de vallende spons grijpen. Ze maakt hierbij een rare draai en valt van het houten trapje waarop ze staat. De harde tegelvloer geeft niet mee als ze er nogal vervelend op terechtkomt. 

Haar baas helpt haar overeind.

Dientje grijpt naar haar buik, vanuit een blindgeleide loyaliteit probeer ze direct het trapje weer te beklimmen. Ondanks al haar inspanning krijgt ze haar voet niet op de eerste trede. 

“Goh, kind volgens mij moet jij je bed in, want zo heb ik niks an je,” zegt de baas met de sigaar tussen z’n lippen. 
“Maar de ramen dan, meneer,” brengt  Dientje naar voren.

De baas blaast een wolk sigarenrook uit en maakt een smakkend geluid. Nonchalant zegt hij, “Oh, dat laat ik wel door iemand anders afmaken, ga jij maar naar huis, want zo heb ik niks an je.”

Een nederig begin

Als Dientje thuiskomt is haar moeder bezig met de was.
“Wat ben jij vroeg thuis?,” vraagt haar moeder terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegt. 

Dientje verteld wat er gebeurt is.
“Attenoje meisie, ga effe lekker zitte, dan doen we effe samen een bakkie.”  

Dientje houdt zich flink, maar zoals elke moeder, ziet ook haar moeder daar door heen.
“Ach meisie, misschien krijg je morge Opoe wel op bezoek*. 

Dientje schut haar hoofd.
“Ach meisie, ga anders effe kijke of je kakke kan. Dat lucht op, want volgens mij zit er iets bij je in de weg”.

“Ja, u heb gelijk moeder,” zegt Dientje en begeeft zich in de richting van het kleinste kamertje, ze gaat erin, en trekt het gordijn dicht.

Even later klinken er vanachter het gordijn zuchtende en kreunende geluiden. 
Moeder hoort het en zit vergenoegt te knikken, haar moederlijk instinct had immers de juiste diagnose gesteld.

Als ze ineens het gekrijs van een baby hoort, verstijft ze en zit met de dampende kop thee in haar hand, een seconde of vier met open mond voor zich uit te staren.

In een toestand van ongeloof komt ze langzaam overeind en loopt met weid open gesperde ogen naar de wc.  Ze trekt het gordijn opzij en kijkt … ze ziet daar een kleverige met sliertjes bloed bedekte baby.
“Ach meisie,” stamelt ze.

Bedje

Als ze haar verbazing te boven is, verdoet moeder geen tijd met het stellen van vragen, ze handelt snel. Na dertien kinderen kent ze de klappen van de zweep. Pragmatisch ingesteld als ze was, maakte ze van de houten aardappelbak een bedje. Van een kussentje – een matras en van een wit hemd – een laken. Het kindje zelf wordt stevig gebakerd in een grote molton onderbroek. Warm ingepakt word het kindeke in de kribbe gelegd. Liefdevol werd het ingestopt met een theedoek als laken en een oude trui als dekentje.

Dientje was ineens moeder. En niemand (inclusief volgens Dientje) ook Dientje zelf, wist dat Dientje zwanger was. Er was dan ook nagenoeg niets aan Dientje te zien. Ook moet hierbij gezegd worden dat haar zoontje al na zeven maanden zwangerschap werd geboren.

De verwekker

Haar vriend Jan Vega zou haar na het werk in het koffiehuis komen ophalen. Dan konden ze nog even samen naar het hofje voordat Dientje naar huis ging.  In het koffiehuis krijgt hij te horen dat Dientje van de trap is gevallen. 

Jan gaat direct naar Dientjes huis en klopt hard op de benedendeur. Als hij naar boven kijkt ziet hij het gezicht van Dientje’s moeder in het spionnetje naar hem kijken. 

Even later wordt er vanaf boven aan een touw getrokken. De deur gaat open. Jan kijkt de trap op.
“Ach jonge, kom ‚s effe boven,” klinkt het hol vanuit de schemer.
Jan loopt onzeker, met z’n pet in z’n hand, de trap op.
Er volgt een kort gesprek in de voorkamer waarbij Dientjes moeder Jan fluisterend inlicht.

Jan hoort op de achtergrond een klok tikken en staart naar z’n zoon in de aardappelbak. Hij vermant zich zichtbaar, haalt diep adem en zegt met een zekere trots, “Dien, we noemen hem Jan, en we gaan samen trouwen!”

Maar Jan had buiten de waard gerekend – en de waard – dat was Dientje’s vader: de heer Petrus Kornelus van Klaveren. Deze liet Jan in weinig woorden weten dat er voorlopig helemaal niet getrouwd werd. Dat z’n dochter met haar kind voorlopig gewoon thuis zouden blijven wonen. En dat Jan eerst maar eens een jaartje zou moeten laten zien wat hij waard was. 

En zo geschiedde het, Jan liet zich van z’n beste kant zien en kwam door de arbitrage. Een jaar later, op tien maart 1926 gaven Dientje en Jan in het bijzijn van beide families elkaar het ja-woord.

* Opoe op bezoek”, maandelijkse ongesteldheid van een vrouw.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s