Boottochtje op het Alkmaardermeer

Toen de oudste zoon van de familie Godschalk zijn toetrede tot de zaak deed, werd dat door de familie en het personeel gevierd met een uitje. Ze vertrokken ’s morgens van achter het Centraalstation met een bus naar Alkmaar; daar gingen ze een boottocht op het Alkmaardermeer maken. Bij een uitspanning daar in de buurt zouden ze wat gaan eten. 

Oma werd in de bus al een beetje misselijk … ze vond het een ontzettend lange rit, zei ze later. Toen ze uit de bus stapte, zagen ze de boot liggen, de zoon van Godschalk zei, „We steken hier even het veld over, via de weg moeten we helemaal om dat veld heen.”
Ze liepen over het grasveld naar de anderen kant. Oma vond het een minder goed idee, want lopen vond ze niet erg, maar op schoenen met hakjes en dan over gras, dat was geen pretje. Toen ze in het midden van het veld waren riep plotseling iemand, „Rennen …rennen.”
De hele ploeg begon te rennen, en werd op de voet gevolgd door een kudde koeien die er dreigend aankwamen.

De zoon van Godschalk was als eerste aan de overzijde en opende het hek. De hele groep rende er razend snel doorheen. Snel sloten ze het hek. De koeien bleven een beetje verbaast aan de andere kant van het hek staan te herkauwen. 

„Nou dat ging maar net goed”, zei opa opgelucht.”

„Als ik naar de schoenen van meneer Godschalk kijk, dan ging het bij hem net mis”, zei oma.” En inderdaad de koeienvlaai zat tot in zijn schoenen.

Aan boord van het versierde schip gekomen, trok meneer Godschalk zich dan ook onmiddellijk terug op het toilet.  Schone sokken zal hij waarschijnlijk niet bij zich gehad hebben.

Voor oma ging het op de boot pas echt mis. Het waaide hard en de boot schommelde flink. Hierdoor werd oma misselijk. Opa zei, „kom Ank* we gaan naar de andere kant van het schip, dan heb je de wind in je rug als je moet spugen, anders word je jurk vuil.”

Terwijl oma over de reling hing te spugen waaide opa’s hoed het Alkmaardermeer in. Toen oma de hoed zag drijven riep ze in paniek, „O god, mijn man ligt in het water …  red hem, alstublieft.” Ze rende de boot over en riep, „hellup, hij kan niet zwemmen.”

Iemand zei, „nou vrouwtje, dan zal je hem moeten redden.”

„Ik kan ook niet zwemmen, maar doe in Godsnaam wat!”

Achter zich hoorde ze, „Ank meid, maak je niet druk! Het is alleen mijn hoed maar.”

Ze draaide zich om en daar stond opa. Ze viel opa in de armen en zei met een snik in haar stem, „oooh, Piet wat ben ik geschrokken! Ik dacht dat je onder die hoed zat”.

Toen had oma opeens de lachers op haar hand.

„Dacht u dat hij onder die hoed bleef hangen?”, vroeg meneer Godschalk.

„Nee meneer, dat bedoel ik ook niet zo … maar in mijn zenuwen … u weet wel wat ik bedoel.”

„Natuurlijk, mevrouw Van Klaveren, ik begrijp het, doet u maar rustig. Maar het zou een goede zaak zijn, als we de hoed van uw man nog uit het water kunnen vissen.”

Dat ging natuurlijk ook niet zonder slag of stoot met die harde wind. Maar dat had voor het hele gezelschap nog wel iets hilarisch en dus kon oma nu ook weer lachen.

Ze kwamen ’s avonds om acht uur thuis. Om negen uur zei opa, „kom meid, we gaan naar bed. Morgen is het weer vroeg dag.”

* M´n oma heette Anne, haar koosnaam was Ank.

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s