Een Zware Pijp Roken

“Mama , ga je weer samen met tante Bets naar oma haar kantoor.” Vraagt Tootje.
“Nee, vandaag gaat mama alleen.”
“Mam, mogen Rietje en ik dan met u mee?” vraagt Toot.

“Als jullie het leuk vinden mogen jullie wel mee, dat zou trouwens wel fijn zijn ook, dan kunnen jullie voor mama de kopjes naar de keuken brengen.”

“O, mag ik ook mee, roept Peter meteen.”
“Nee jongen zegt Papa, als onze meiden met mama mee gaan dan kunnen wij mannen wel even samen naar de duivenvereniging, de klokken moeten uitgeslagen worden, meneer Evers zou mijn klok meenemen, maar nu kunnen we wel even samen op de fiets springen.”
Jippie dat is echt leuk, zegt Peter ik mag met papa mee, op de fiets.” 

Tootje elf jaar en ik zes gaan met mama op weg naar de Singel, we stappen flink door.

Als we op het kantoor zijn, zegt mama, “Hier meiden elk een emmer dat draagt makkelijk, als jullie de kopjes en de glazen voor me van de bureaus willen ophalen, zou ik daar erg mee geholpen zijn.”
“Maar doe heel voorzichtig er mag niets breken, dus rustig lopen en niet zwaaien met de emmer.

In een kwartiertje zijn alle kopjes in de keuken waar mijn moeder staat af te wassen.

“Mama wat nou? “Kijk daar liggen zachte doeken gaan jullie de trapleuningen maar mooi op wrijven.”
Nou dat was erg leuk die doeken hadden we niet nodig, we lieten ons plat op ons buik over de leuningen, glijden, we renden van de éne naar de andere etage, en gleden achter elkaar keer op keer de trappen af.

Toen mijn moeder ten tonele kwam zei ze “Prachtig meiden het lijkt wel of ik in de spiegel kijk.”
Mama ging de trappen dweilen, en wij mochten de bureaus stoffen en de prullenbakken legen.
Bij één bureau lag in de prullenbak een pijp, wij vonden het een mooie pijp we poetsten hem extra mooi op en legde hem mooi midden op het bureau.

De volgende dag gingen we weer met mama mee, we draaiden het zelfde programma af, bij het zelfde bureau lag weer die pijp in de prullenbak, loeders als we waren poetsten we hem weer mooi op en legden hem weer keurig midden op het bureau.

Op dag drie lag de pijp een etage lager in de prullenbak, we hebben hem toch weer mooi opgepoetst en met het nodige gegiechel prominent midden op het bureau van de eigenaar terug gelegd .
We vonden het beiden ontzettend leuk, maar ook spannend ,we hielden het, goed in de gaten want stel je voor dat één van de heren zou opduiken, dat vertelden we spannend tegen elkaar

De dag erna waren we aan de vroege kant, en passeerde ons op de trap zoals mijn oma ze noemde de heren van kantoor, die op weg waren naar huis.
Een van de mannen bleef een moment op de trap staan, zei vriendelijk lachend, goeden middag tegen mijn moeder, hij wees naar ons en zei, O, nou weet ik hoe de vork in de steel zit.

Mijn moeder keek naar ons, tuiten haar mond en haalde haar schouders op.
Toen we later bij het bureau met de pijp kwamen, lag de pijp op een vel papier waar op geschreven stond.

Geachte mevrouw, zou u zo vriendelijk willen zijn deze pijp voor mij WEG te gooien en niet meer op mijn bureau terug te leggen.

Mijn moeder keek verbaasd en zei, “Waarom hij dat ding zelf niet in de prullenbak gooit weet ik niet.”
We hebben het gierend van het lachen aan mijn moeder opgebiecht.
Die zei, “Wat een verschutting, maar met een begrijpende glimlach.”
Echt weer wat voor jullie.”

 “O, wat ben ik blij dat jullie erbij waren, toen we die man tegenkwamen,
want hij heeft beslist gedacht, dat ik niet goed bij mijn hoofd was.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s