Aangekleed Gaat Uit

Het is zaterdagavond tien over elf als er in de Kinkerstraat aan de bel wordt getrokken.
“Wie is daar?” roept mijn moeder nadat ze de deur heeft opengetrokken.

“Ik ben het Tonie,” roept Dien van uit het trapportaal.
Neef Jantje zijn hoofd verschijnt al snel om de hoek van de derde trap, gevolgd door tante Dien.
“Jullie zijn laat,” zegt m’n moeder.

“Ja Tonie, fijn dat jullie nog op zijn meid. Ik zeg net tegen Jan, die gaan er op zaterdag niet zo vroeg in, ik wil je effe wat laten zien.”

Ze staat boven aan de trap en laat haar linker onderbeen zien.
Ze draagt een keurig lichtblauw mantelpakje, ze heeft daarbij keurige schoenen met een elegant hakje aan, maar in de linker kous zit een ladder van een centimeter of zeven breed.

“Hoe vind je hem Tonie? Ik ben weer is de mazzelpik zal ik je vertellen meid.” zegt ze lachend.
Terwijl ze het jasje van het mantelpakje over de stoel hangt.
“Ik kom net met Jantje uit de Stadsschouwburg we zijn naar Aida geweest.”
”Was trouwens prachtig!”
“Ik haal na afloop me jassie bij de garderobe, ik doe het an en loop daar deftig te zijn.”
Tikt zo’n echte deftige dame me op mijn schouder en zegt, “Mevrouw is het u bekend dat uw linker kous beschadigd is.”

“Nou…Tonie ik kijk… en je ziet het hè ‘beschadigd’ je kan het amper nog een kous noemen, giller hè dat zo iemand dan beschadigd zegt.”
“Ik heb die vrouw natuurlijk bedankt, maar één keer voel ik me deftig krijg je dat, Haha.”
“Lache hè!” Vervolgd ze. “Wel zonde van die dure kousen, is er nog tijd voor een klein Klaverjassie?”

“Kijk nou moeder, ome Piet staat al met de kaarten in zijn hand.” zegt Jantje.
“Willen jullie thee?” vraagt mijn moeder.
“Nee, Tonie doe geen moeite, effe een klein Klaverjassie, dan kenne we nog net met de laatste tram naar huis.”

“Weet je Tonie, zegt Dien als ze rond de tafel zitten, en mijn vader de kaarten deelt. dat ik dat het fijnste vindt, zo voor het slapen nog effe een klaverjassie.”
“Het liefs nog zo als van de week, dat ik mijn pyjama al an heb, heerlijk als ik dan thuis kom duik ik zo mijn nest in.”
“Ja dat weet ik Dien,” zegt mijn moeder, “Jij durft dat ik zou nooit in mijn pyjama op de tram stappen.”

“Hè Tonie doe niet zo truttig, waarom nou niet, een nette pyjama kan je toch mee voor de dag komen.”
“Toen ik met een huis vol kleine kinderen zat, zijn er jaren geweest dat ik daar alleen maar van kon dromen.”
“En trouwens wie me niet in pyjama wil zien, doet zijn ogen maar dicht.”
“Ik ga er trouwens ook niet mee wandelen hoor.”

“Ik stap samen met Jan op de Rozengracht hoek Westertoren met mijn jas over mijn pyjama op de tram.”
“En bij jullie voor de deur hoek Ten Katestraat stappen we uit.”
“Vooral blijven doen Dien,” zegt mijn vader wij vinden het gezellig.
“Dat zeker,” zegt mijn moeder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s