Hamertje tik, neusje dik

Herfst 1951, Piet en Toni zijn op weg naar Toni’s broer Dik om de derde verjaardag te vieren van Dik’s zoon Dikkie. Als Piet en Tonie natgeregend binnenkomen zit de kleine Dikkie fris gewassen in zijn pyjama op de grond met zijn cadeautjes te spelen.
Ze hangen hun jassen aan de kapstok en lopen de kamer rond om alle aanwezigen te feliciteren.
Ondanks dat armoe troef was hadden ze voor de jarige toch nog een leuk cadeautje gekocht, een kleine gele panfluit.

Met een formeel gebaar overhandig Piet de kleine Dikkie het pakketje, en net als hij aan een voordracht wil beginnen scheurt de kleine deugniet het papier al van het cadeau, waarop Piet z’n woorden maar inslikt.

De kleine Dik heeft geen benul wat hij met dat gele ding moet en begint er mee op z’n andere cadeautjes te slaan. Piet schrikt en zegt: “Nee, jongen zo gaat dat niet, let maar even goed op dan zal jouw ome Piet je wel even leren hoe je op een panfluit moet spelen.” Hij wil de fluit uit Dikkie handen pakken, maar die wil hem niet los laten en trekt hem met twee handen terug.

Dikkie’s vader houdt de kleine Dik een koekje voor, waarop deze – tot Piets opluchting én teleurstelling – de panfluit direct laat schieten. Piet wacht wijselijk even tot de kleine z’n koekje opheeft en zegt, “Let goed op jonge!” Hij zet de panfluit aan z’n lippen en brengt een hol en langgerekt gefluit voort. Dikkie kijkt direct gefascineerd en zegt: “Dikkie ook!” Piet overhandigd de kleine man de fluit die hem aan z’n mond zet en begint te blazen.  
“Goed zo, dat klinkt heel aardig, nu moet je goed oefenen dan kun je later als je groot bent de mooiste liedjes spelen.”

“Zo,” en nu lust ik wel een lekker bakkie,.” zegt Piet voldaan.
Piet probeerde tijdens de koffie met zijn zwager Dik over de bereiding van duivensoep te praten. Maar Diks zoontje blies zo hard op de panfluit, terwijl hij een soort regendansje door de kamer maakte, dat geen mens meer iets kon verstaan.
Dikkie’s vader probeerde de truc met het koekje nogmaals te herhalen, maar de kleine was niet te stoppen en begon steeds wilder te dansen en te fluiten.
Gelukkig ging de bel en staken even later oma Beusekamp, Bets en haar vriend George hun hoofd om de hoek van de deur. Pas als Bets de kleine een pakje overhandigd legt deze de panfluit naast zich neer. Waarop Diks vrouw Marie de panfluit direct oppakte en onopvallend boven op de servieskast legt.

De kleine was verheugd met de brandweerauto die hij van Bets en George had gekregen, maar geheel onverschillig tegenover het Hamertje Tik van Oma Beusekamp.
De brandweerauto werd direct met een vaartje naar de andere kant van de kamer gereden, waar hij door een ander familie lid weer terug naar de kleine Dikkie werd gereden. Waarop Dikkie hem weer met een vaart en een luide sirene terug liet rijden.

Oma Beusekamp zat er teleurgesteld bij. Piet ziet het, hij zet z’n koffiekopje op tafel en gaat naast de kleine Dik op de grond zitten. En zegt terwijl hij naar het Hamertje Tik wijst met een belerende stem, “Hé jonge, weet jij hoe dit moet?”  Dikkie kijkt hem even verbaasd aan, zo goed kent hij ome Piet nou ook weer niet, dan schreeuwt hij met een luid kinderstemmetje “Thaa!” Hij grijpt de houten hamer en begint ermee op de zijkant van het Hamertje Tik te rammen. Oma Beusekamp kijkt Piet boos aan. Piet schrikt ervan en zegt snel, “Nee jongen, zo moet dat niet, geef jij die hamer eens snel aan ome Piet dan zal ik je leren hoe het wel moet!” 
Kleine Dik schreeuw nogmaals, “Thaa!” en geeft opnieuw een keiharde klap de de zijkant van het Hamertje Tik. Oma Beusekamp kijkt Piet verbaast aan.
Piet pakt het Hamertje uit Dikkie’s handen die direct achteruit stap en spontaan begint te huilen. Oma Beusekamp kijkt Piet aan en zegt, “heb je nou je zin?” Piet sluit z’n ogen een ogenblik en haalt diep adem.
Dan zet hij het Hamertje Tik met de houten pinnen naar boven en begint rustig, één voor één de houten pinnen naar de andere kant van het blok te slaan.
Dikkie ziet het, stopt met huilen en zit gefascineerd te kijken.
“Zie je dat Dik, zo hoort dat nu, zo gaan alle stokjes naar de andere kant,” zegt Piet tevreden, half naar Dikkie en half naar oma Beusekamp.
“Er moeten nog drie stokjes naar de andere kant geslagen worden, wil jij dat doen jongen?”
Dikkie pakt de hamer aan, en geeft vervolgens drie harde klappen op de vloer.
“Wat doe je nou, jongen,” zegt Piet. “dat is toch niet goed zo. Kom eens hier met je hand, dan doen we het even samen.”
En Dikkie’s hand vasthoudend, slaan ze gezamenlijk de drie houten pinnen naar de andere kant van het blok.

Piet draait de Hamertje Tik om, kijkt Dikkie aan en zegt, “Zo, grote jongen dat hebben we mooi gedaan, laat jij ome Piet nou maar eens zien of je het ook alleen kan.”

Dikkie kijkt hem wat verlegen aan. Waarop Piet de hamer pakt en hem in Dikkies knuistje drukt. Dikkie twijfelt geen moment, en zonder Piet aan te kijken schreeuwt hij “Thaa!” en slaat de hamer hard op Piet z’n neus.”
Oma Beusekamp trekt een gelegenheidsgezicht, kijk naar de gastvrouw en zegt, “Marie, is er nog koffie?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s