Helena’s Vroege Dood

Het is 1897, mijn grootouders hebben twee jaar eerder hun eerste woning betrokken. Het is een klein tochtig optrekje op de begane grond van Anjelierstraat 194. 

Anjelierstraat rond 1900

Als m’n oma de was deed, waste ze deze altijd samen met de was van haar moeder. Oma’s moeder ging dan bij het ‘Water-en-Vuur-Huisje’ in de Bloemstraat 174, voor één cent een emmer kokend water halen. Met dit hete water wasten beide hun kleding, dat scheelde geld. 

M’n oma was éénentwintig en had inmiddels haar eerste twee kinderen, Helena en Nelis. Helena was tweeënhalf en Nelis anderhalf jaar oud.  

Mijn oma had zelf ook nog een jong zusje die geloof ik Mientje heette. Dit meisje was maar een jaar ouder dan Helena.

Mijn Oma paste op de kleintjes terwijl haar moeder in de Bloemstraat een  emmer heet water ging halen. Helena en Mientje waren aan het spelen met hun poppen. Deze poppen werden gemaakt van een oude sok. De kleine Nelis ligt rustig te slapen. Het was goed te zien dat Oma al weer bijna zes maanden zwanger is.  

Oma had de tobbe en het wasbord gepakt en op de lage tafel klaar gezet. Daarnaast lag op een klein houten krukje een vertinde zeepklopper. Haar moeder komt binnen en loopt voorzichtig met het hete water naar de tobbe. Ze giet er het stomende water voorzichtig in. Omdat Nelis begint te huilen loopt oma naar de bedstede. Haar moeder draait zich om om een emmer koud water te pakken. De meisjes rennen spelend tussen oma en de tobbe door. Als Mientje struikelend tegen Helena opbotst valt deze tegen de tafel aan waarop de tobbe met heet water staat. De tafel valt om en Helena krijg het kokend hete water over zich heen. 

Ondanks de open brandwonden over haar lichaam schreeuwt ze niet, ze heeft haar oogjes dicht, haar kleine vuisten zijn verkrampt en ze rilt. Haar kleine mond hapt van pijn in de lucht. Twee dagen later is ze dood.

De tijd verstreek en de jaren gingen voorbij. De klokken van de Westertoren beierden in de regen over de Jordaan. Grijze duiven vlogen af en aan. Maar mijn oma heeft nooit meer gesproken over de dood van haar eerste kindje. Mijn vader vertelde ons, dat zij altijd tranen in haar ogen kreeg, bij het zien van een brandwond. Hoe klein deze ook was. Je kon haar op deze momenten – door haar diepe ademhalen heen – bijna horen denken, „wat zal die schat een pijn hebben gehad.”

Copyright Ⓒ 2016 – 2019 P. Schwank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s